Scheldevangers
Scheldevanger
De Scheldevanger tussen Woensdrecht en Bergen op Zoom is een trainingsopstelling uit 1949/1950 voor het oefenen met (rook)bommen afwerpen boven de Oosterschelde. Deze trainingsopstelling van de Lucht Strijd Krachten (LSK), later Koninklijke Luchtmacht, functioneerde tot circa 1959.
De opstelling bestond uit een bommenafwerpterrein met doeltoren (verdwenen) in de Oosterschelde en twee kleine waarnemingsposten (bestaand, ook Scheldevangers genoemd) op de polderdijken onderlangs de Brabantse Wal.

Hoofdpost Scheldevanger Woensdrecht met uitzicht over het Markiezaatsmeer. Foto: Sandra van Lochem 2024

Lesvliegtuigen als North American Harvard werden tijdens de oefeningen ingezet, 1958. Bron: NIMH
Vliegeropleiding
De trainingsopstelling Scheldevanger hoorde bij de (militaire) vliegeropleidingen van het Commando Luchtvaart Opleidingen (CLO) op Vliegbasis Gilze-Rijen, zo'n 45 km. oostelijker. De Scheldevanger diende om vliegers te trainen in het precies afwerpen van bommen op een doel.
Tijdens de wekelijkse oefeningen werd gevlogen met het lesvliegtuig North American Harvard (van de Voortgezette Vlieger Opleiding, VVO) en tot 1953 ook met de lichte bommenwerper Avro Anson (van de opleiding voor Waarnemers). De vliegtuigen wierpen rookbommen af op een oefendoel in de Oosterschelde.
Voor het beoordelen van de nauwkeurigheid van de inslag zijn in 1949/1950 door de BABOV (Bureau Beheer, Aanleg en Onderhoud Vliegvelden) twee waarnemingsposten gebouwd door een plaatselijke aannemer: Scheldevanger Woensdrecht en Scheldevanger Hildernisse.
Bommenafwerpterrein
Als bommenafwerpterrein diende het eiland Steenvliet in het oostelijk deel van de Oosterschelde (nu het Markiezaatsmeer). Het eiland is een schor dat toen nog onder getijdeninvloed stond en circa 2 uur per dag droog viel. Op 2,5 km. vanuit de vaste wal was hier geen risico dat de rookbommen ongelukkig terecht kwamen.
Als oefendoel ('bomtoren') werd in 1949/1950 een driehoekige stalen toren van 10 meter hoog op Steenvliet gebouwd, met bovenop een felgeel geverfd plateau. De fundamenten ervan zijn nog op het eiland aanwezig.

De doeltoren in verval op eland Steenvliet in de Oosterschelde bij vloed. Bron: Hoeve Hildernisse

Hoofdpost Scheldevanger Woensdrecht. Foto: Sandra van Lochem 2024
Hoofdpost Woensdrecht
Scheldevanger Woensdrecht was de hoofdwaarnemingspost. Oorspronkelijk gebouwd in 1949/1950 op de dijk van de Hogerwaardpolder. Het gebouw kreeg de codenaam Emmaus, naar het in de 16e eeuw bij een stormvloed verzwolgen klooster vlakbij die plek. De hoofdpost werd bemand met 3 militairen van de vlakbij gelegen Vliegbasis Woensdrecht: een commandant, een radiomonteur die ook verkeersleider was, en een waarnemer. Via de Meteodienst van Vliegbasis Woensdrecht kreeg de hoofdpost gegevens over wind en zicht door en verfijnden dit met eigen apparatuur en tabellen.
De hoofdpost had een VHF radio-zend/ontvanginstallatie voor verbinding met de vliegtuigen. Stroom voor de accu's werd door een aggregaat opgewekt, die in een later gebouwde aanbouw stond. Via walkietalkie kwamen gegevens van de hulppost Hildernisse bij de hoofdpost in Woensdrecht binnen. Via de PTT-telefoonverbinding gaf de hoofdpost de gezamenlijke gegevens door aan de leiding van de oefeningen op Vliegbasis Gilze-Rijen.
Hulppost Hildernisse
Scheldevanger Hildernisse was de hulpwaarnemingspost. Het werd in 1949/1950 gebouwd op de kade om het erf van Hoeve Hildernisse bij Bergen op Zoom. Het heeft een schoorsteen. De bemanning van de hulppost bestond uit 2 waarnemers.
De hulppost had geen telefoonverbinding en geen VHF radio-zend/ontvanginstallatie. Via een walkietalkie gaven de waarnemers hun waarnemingen door aan de hoofdpost in Woensdrecht. Om contact te maken met de hoofdpost en omgekeerd, werd in de begintijd gebruik gemaakt van groene en rode lichtkogels.

Hulppost Scheldevanger Hildernisse. Foto: Sandra van Lochem 2024

De bomtoren en de 2 waarnemingsposten stonden in een driehoek ten opzichte van elkaar. Ondergrond: topotijdreis.nl 1949
Rookbommen
Bij de wekelijks gehouden oefeningen werden de vliegtuigen genummerd en door de radiomonteur/verkeersleider van de hoofdpost 'in de lucht gezet'. Om beurten gooiden de Harvards en Ansons afkomstig van Vliegbasis Gilze-Rijen hun rookbom af op het doel: de bomtoren op het eiland Steenvliet.
De rookpluim werd door de waarnemers in zowel de hoofdpost Woensdrecht als de hulppost Hildernisse waargenomen en genoteerd. Voor de plaatsbepaling gebruikten ze een kwadrant dat op een tafel was gemonteerd.
De bomtoren en de beide waarnemingsposten staan in een driehoek ten opzichter van elkaar met een onderlinge afstand van 2,5 tot 3 km. Omdat de waarnemingsposten vanuit een andere hoek uitzicht hebben op de bomtoren, kon met behulp van kruispeiling de inslagplek van de rookbom worden bepaald om te beoordelen hoe dicht de rookbom bij het doel belandde. Waarna in Gilze-Rijen de resultaten met de vliegers-in-opleiding werden geëvalueerd
Van korte duur
De trainingsopstelling Scheldevanger heeft circa 10 jaar gefunctioneerd. In 1959 bleek het al weer buiten gebruik. De beide gebouwtjes werden daarna jarenlang vooral gebruikt als koeienstal.
In 2012 liet het Brabants Landschap de hulppost in Hildernisse restaureren. Eind 2015 werd ook de tot ruïne vervallen hoofdpost in Woensdrecht hersteld (herbouwd), op initiatief van een aantal organisaties, gemeente en erfgoedliefhebbers. Beide waarnemingsposten staan langs wandelroutes en zijn voorzien van een informatiepaneel.
Van de stalen bomtoren op het eiland Steenvliet in het Markiezaatsmeer resteren nu alleen nog 4 betonnen poeren met staalresten.

Ruïne van Scheldevanger Woensdrecht vòòr de herbouw in 2015-2016. Foto: Sandra van Lochem 2015
Bronnen
- Archiefonderzoek
- Elzakker, J. van., 'Dat 'kotje' boven op de dijk', in Tijding, Kroniek van de heemkundekring Het Zuiderkwartier, 2009 nr., 1 pp. 35-41 (met herinneringen van Kees Klaassen, die als dienstplichtig radiomonteur werkte aan het inrichten en operationeel houden van de Scheldevanger-opstelling)










