Luchtwachttorens in Nederland
Erfgoed uit de Koude Oorlog

Mudpalen | Mijnenuitkijkdienst | MUD | 1949-1974


Mijnenuitkijkdienst

MUD-paal Kruiningen met pelorus. Foto S. van Lochem


De Mijnenuitkijkdienst (MUD) is opgericht in 1949 als onderdeel van de Koninklijke Marine. Dienstplichtige mijnenwachters van de MUD keken bij haveningangen en langs grote waterwegen aan de kust uit naar de waterzuil (minesplash) van in het water gedropte mijnen.
De MUD zette een systeem van circa 245 uitkijkposten op langs vier belangrijke waterwegen: Westerschelde, Maas/Nieuwe Waterweg, Noordzeekanaal/ IJmuiden en Schulpengat/Den Helder/Texel.


MUD-palen

Peiltoestel (pelorus) op MUD-paal. Foto S. van Lochem


De uitkijkposten stonden 800 tot 1500 meter uit elkaar, grotendeels op de wal (waluitkijkposten of WUP’s) en deels op vaartuigen daar waar de afstand tussen de oevers te groot was (scheepsuitkijkposten of SUP’s).

De mijnenwachters op de waluitkijkposten (WUP's) keken uit over het water vanaf een hoger punt op een dijk of duintop. De post bestond uit een in de grond verankerde betonnen paal, de pelorusopstand, in de volksmond MUD-palen genoemd. Op deze palen zetten ze een richtinstrument, een pelorus.



Opheffing MUD

MUD-paal Den Helder. Foto S. van Lochem


De Mijnenuitkijkdienst werd al snel door de techniek ingehaald. Verbetering van de radar maakte het uitkijken naar vallende mijnen met het menselijk oog halverwege de jaren zestig overbodig.
In 1965 kromp de MUD sterk in, stopte met uitkijken naar mijnen langs de Maas/Nieuwe Waterweg en Noordzeekanaal/IJmuiden en verminderde het aantal uitkijkposten langs de Westerschelde en Schulpengat/Den Helder/Texel.
In 1974 volgde definitieve opheffing van de Mijnenuitkijkdienst. Slechts enkele MUD-palen, hebben de tand des tijds overleefd, twaalf langs de Westerschelde en twee in Den Helder. Het zijn onopvallende palen maar met een markante historie.